Ze zat op het gras in het park naast een bloemenperkje met oranje, geel en paarse bloemetjes. Ze hoorde geroezemoes van de mensen die om haar heen op evenredige wijze gedrapeerd zaten op zo’n manier dat iedere keer als er iemand of een groepje het veld opkwam, die de meest lege leegte opvulde tussen de aanwezigen. Een park in Wenen genaamd Augarten. Het was een warme, zonnige lentedag, voor haar Hollandsche begrippen althans. Jongens gooiden een bal over, peuters probeerden het bloemenperkje op te lopen waarop de ouders aan gesjeesd kwamen om het te voorkomen, de omzittende mensen lachten. De sfeer was gemoedelijk.
Op de achtergrond doemde een megatonnen zware kolos van een bouwwerk op uit de bomengrens. Een kolos uit de recente oudheid, waar de werkelijkheid die het symboliseert hopelijk gevangen blijft. Zestig meter hoogte, dertig meter diameter. Het was een verdedigingstoren gebouwd door de Nazi’s om zich tegen het “rode gevaar” te beschermen. Voor de meesten, waren zij het gevaar.
De kolos in dit park (één van twee stuks in het park, totaal vier in de stad) is blijven staan. Niet omdat de mensen er niet vanaf wilden, maar omdat het gebouwd is om de zwaarste bommen aan te kunnen. De sloopkogel komt er niet doorheen. Om het te slopen zou er een explosie nodig zien die gelijk de hele omliggende wijk met 50 000 inwoners zou platleggen.
Onderop had ze “NEVER AGAIN” zien staan, opgespoten met graffiti. Tussen de woorden “never” en “again” klimt een klein stukje hedera omhoog, langzaam het lelijke aanzicht bedekkend met nog een hele lange weg te gaan. Moge het de hele kolos overwoekeren. Zo’n gigantisch monument kan misschien wel gevaarlijke aspiraties opwekken, gelijk een standbeeld of straatnaam vernoemd naar de genocidale tirannen die ook ons straatbeeld zo nu en dan nog sieren. Of is het juist een herinnering aan iets wat we niet meer willen (die lelijke torens geven nou niet bepaald een goede vibe af).
Het gaf me een brok in de keel. Het contrast speelde met mijn verstand. Zulk mooi weer vandaag. Zouden ze in dit zelfde lekkere weer op elkaar geschoten hebben vroeger, tussen de bomen en bloemenperkjes met wattige wolkjes op een blauwe lucht in hun achtergrond, zoals deze kolossen nu andersom de achtergrond vormen van het vredige bestaan van mij en mijn mede parkbezoekers? Er zijn kraters te zien, dus ik vermoed dat ze wel gevochten hebben. Maar ik houd me voor dat het die dagen geregend moet hebben.
In de huidige tijd en in mijn eigen dorp en stad voel ik me al wel eens onveilig op straat. Meer voor (cis)seksistisch geweld dan voor een bom op mijn bovenkamer. Wat een angst er toen geheerst moet hebben onder de mensen. En toch gaat en ging het leven gewoon door: eten verzamelen, koken, opeten, kleren aantrekken, kleren wassen, jezelf wassen, kinderen naar school of vermaken, ander werk. Ik lees de woorden “NEVER AGAIN” nog eens en bedenk me dat dat helaas mislukt is (Vroeger o.a. Vietnam, Afghanistan, Tibet, Srebrenica en Indonesië, nu Palestina, Oekraïne, Iran, Sudan, Myanmar en meer). Een kolos uit de recente oudheid, waar de werkelijkheid van zijn symboliek helaas al vlug uit ontsnapte.
Toen heerste er hier die angst, nu is dat daar nog steeds. De ervaring van die realiteit komt bij het zien van deze kolossen ietsje dichter bij.




Geef een reactie