Stevig tot zijdezacht, Chinees, Japans, Birmees, wit, groen, oranje en geel, gekookt, gestoomd, gebakken, koud. Hoewel je er in je standaard Hollandse supermarkt meestal maar één soort aantreft, is het eigenlijk een super veelzijdig stukje voedsel. Afhankelijk van welke peulvrucht en bereidingswijze je gebruikt, heeft het een bepaalde kleur, smaak en structuur. Maar altijd, voor zover ik weet, is tofu een atleet in het absorberen van andere smaken. Het is een basis waaraan je smaak kunt toevoegen.
Maar goed, de doorgewinterde tofuhapper geniet natuurlijk ook van een lekker stukje koud en ongekruid. Ik biecht op, tijdens het snijden en bereiden pik ik er zelf altijd wel een blokje of twee, drie, vier, vijf uit om gelijk in mijn mond te stoppen.
“Eat Tofu & Riot” staat op een sticker, ter grootte van mijn handpalm, die ik tijdens de NL Vegan Fair 2025 in de Laurenskerk in Rotterdam bij het kraampje van RADIKAL KINDNESS heb kunnen scoren om aan mijn collectie toe te voegen. En zo is het. Tofu is een revolutionaire creatie. Een revolutionair stuk voedzaam eten.
Als een carnist begint over je vegan eiwitten, kun je altijd je vertrouwde blok tofu erbij pakken. Een van de meest eiwitrijke stukjes voeding. Niet dat het “eiwitargument” überhaupt standhoudt.
Tofu is een symbool van verzet tegen een witgedomineerde patriarchale wereld. Grote woorden, ik weet het. Van origine Aziatisch, en in die context wordt het als minder mannelijk gezien. Dit vindt onder andere zijn oorsprong in de 19e eeuw, toen de tofu-etende Aziatische gastarbeider in de Verenigde Staten als racistische troef werd gebruikt om je als witte man tegen af te zetten. Het revolutionaire karakter gaat dus terug tot ver vóór de veganbeweging.
Vele mannen én vrouwen én non-binaire personen in Oost- en Zuidoost-Azië eten elke week wel tofu. Niet omdat het revolutionair is, maar gewoon omdat het lekker en gezond is. Tegenwoordig ook steeds meer in andere delen van de wereld. Maar tofu is inderdaad niet mannelijk. Ook niet vrouwelijk trouwens. Tofu is de smaak die je er vandaag maar net aan wilt geven.
Wat ik in ieder geval weet over de dood, is dat het dat moment is waarop het leven ophoudt te bestaan. Het moment dat de homeostase van mijn levende menselijke lichaam stopt met homeostaseren en begint met aftakelen (of begint de aftakeling al eerder?).
Mijn bloed zal stoppen met stromen, mijn hart niet meer kloppen en er zullen geen tot extreem weinig elektrische signalen meer door mijn zenuwstelsel en hersencellen lopen.
De dood zorgt ervoor dat je niet langer bewustzijn ervaart over je lichaam en van een leven hier op Aarde. Je kennissen, vrienden en familie die nog wel leven zullen waarschijnlijk verdrietig zijn. Soms ook niet, als je een enorme eikel of trut was.
Misschien is er nog een ziel of geest die elders in een of andere vorm doorgaat met bestaan. Wat in ieder geval doorleeft is het effect wat je op de wereld hebt gehad. Jouw eigen vlindereffect. De voetafdrukken die je in het bos hebt achtergelaten, waardoor dat paadje net wat langer blijft bestaan. De geesten die je hebt liefgehad of geïnspireerd. Zij geven jouw liefde en inspiratie, na wat tweaks en transformaties, door aan de volgende, die het weer in een andere vorm giet en die dan door aan een ander en de volgende en de volgende enzovoort. Zo gaf jij blauw licht door, maar is het oranje verderop toch een vervolg, een nakomeling, een herinnering, een schim van jou.
Ondertussen ben jij nu ook een schim van het verleden en alle doden voor je. De dood en het leven zijn zo verweven in één grote wirwar aan verbindingen. Zo zijn de dood en het leven één.
Dit plaatje staat stil. Zou het leven en de dood al vaststaan en lijkt het maar alsof het beweegt?
Schrijven is als vakantie voor mij. Een vlucht naar een symbolische wereld waarin ik alles wat op mijn schouders ligt er zo veel mogelijk af kan laten glijden. Zo via mijn arm, pols, hand, vingers en pen het blad op. Net als vakantie gaat schrijven voor mij ook altijd te snel voorbij. Er lag nog genoeg op mijn schouders wat er ook best even af wilde.
Zijn we daartoe gedoemd? Dat vakanties altijd te kort zijn en dat er altijd wel wat op onze schouders blijft liggen. Sterven we met lasten die overblijven om in een volgend leven op te lossen of om voor altijd onopgelost te laten? Is dat dan een los einde waar een volgende generatie hun verhaal aan vast kan knopen? Stopt de generationele voortzetting zodra we ons als Ourobouros aan onszelf kunnen vastknopen? Oftewel op het moment dat we al onze problemen zouden oplossen voor onze dood, zou een vervolg op ons leven in een ander lichaam dan zinloos zijn en daarom uitblijven?
Ik denk vaak over een ideale wereld waarin alle problemen niet meer bestaan, persoonlijk en wereldlijk. Dan zou er dus niks zijn om op te lossen, niks om voor te strijden. Heeft het leven nog zin, vraag ik me af, als we nooit ruzie hebben, nooit ziek zijn, geen oorlogen meer voeren en tegen andere natuurrampen opgewassen zijn?
Het zou toch deprimerend zijn als de zin van mijn leven volledig afhankelijk zou zijn van de aanwezigheid van lijden wat opgelost kan worden. Dat weiger ik dus te geloven. Er is zingeving te vinden in een ideale wereld. Namelijk het vieren van dat bestaan, muziek, kunst, hardlopen, lekker eten, seks!
In een ideale wereld is hedonisme een deugd.
Is tot die tijd een sausje van strijden en hedonisme misschien het beste wat we kunnen doen? Fijne vrouwendag en op naar de Feminist March!
Persoonlijkheden zullen wel nooit helemaal op elkaar passen. Soms past een kant van de een heel goed op die van een ander, soms niet. Soms heeft iemand een flexibelere persoonlijkheid en kan ze die beter op die van een ander aanpassen.
Soms raak je elkaar een beetje, soms op een heel bijzondere manier.
Vier elkaar rakende vormen.
Met een mier heb ik meestal minder raakvlak dan met een vriendin van het menselijke soort, maar dat kan voor een ander weer anders zijn.
Sommige persoonlijkheden hebben zo veel scherpe randjes en rare hoeken, dat een mier daar misschien wel heel goed tussen past.
Als je bij elkaar voelt dat de scherpe randjes de ander prikken of snijden, kun je misschien maar beter even een beetje draaien en verschuiven tot je weer raakvlak hebt gevonden.
Tenzij je zin hebt in ruzie natuurlijk. Wie weet creëer je daardoor wel een nieuw raakvlak. We veranderen onze vorm en persoonlijkheid namelijk ook vaak genoeg, niet alleen door ruzie hopelijk. Dan is het raakvlak wat we hadden er ineens niet meer.
Het groeien van planten en bomen samen met andere soorten planten en bomen kan zeer positief uitpakken. De ene plant heeft bijvoorbeeld een chemisch goedje dat het uitscheidt wat de beestjes die de andere plant willen opeten niet fijn vinden en zo blijven de beestjes weg. De planten beschermen elkaar tegen de wind en regen, te felle zon. Soms is er een plant die voedingsstoffen haalt van heel diep uit de bodem en vervolgens achterlaat, meer aan de oppervlakte, waar een andere plant er bij kan. Zo bekeken kan het hartstikke leuk zijn om meerdere verschillende planten bij elkaar te zetten. Men noemt dit ‘companion planting’ (een goed Nederlands woord heb ik er nog niet voor gevonden. Plantenvriendschap?).
Hier zie je mij struiken planten in de voedselbostuin van mijn moeder in Frankrijk.
Waar planten om concurreren, is genoeg zonlicht en voedingsstoffen. Dat zie je bijvoorbeeld als je te veel bomen dicht op elkaar zet, dan valt er onder het bladerdek geen licht meer en kunnen lage planten, struiken en bodemkruipers niet meer groeien. Of, als je een pompoen, komkommer en tomaat heel dicht bij elkaar laat groeien, dan zitten er te weinig voedingsstoffen in de grond om ze allemaal een mooie vrucht te laten maken en krijg je geen of hele kleine vruchten.
Zou bij mensen misschien iets vergelijkbaars gebeuren? Je hoort soms mensen, psychologen en zelfhulp professionals zeggen, sociaal contact is heel belangrijk voor je gezondheid. Anderen zweren weer bij tijd alleen besteden, een lone wolf zijn. Als je naar de planten kijkt, kun je zeggen dat het er maar net aan ligt welke planten, of dus mensen, je om je heen hebt. Als je niet de juiste partner(s) of vriend(inn)(en) kan vinden die voordelig zijn voor jouw groei omstandigheden, dan kan het zelfs nadelig uitpakken als je omwille van de gedachte van maar sociaal contact moeten hebben, de verkeerde vrienden om je heen brengt die jou je licht en voeding ontnemen en misschien wel ziektes aantrekt waar jij niet tegen kan.
Misschien is het daarom niet goed om te zweren bij het belang van sociaal contact als dit ervoor kan zorgen dat mensen de verkeerde ‘companions’ of, in goed Nederlands, de verkeerde metgezellen bij zich houden. Als je kijkt naar planten, dan is het gunstiger om de juiste metgezellen te hebben die jou beter laten groeien, dan om als plant afgezonderd in een stuk kale grond te staan. Dus, beter de juiste mensen om je heen dan helemaal alleen. Maar soms is afgezonderd in een stuk kale grond staan, beter dan met de verkeerde metgezellen.
Ik moet denken aan mijn eigen ontwikkeling. Tot mijn 23e hield ik verborgen dat ik me niet fijn voelde in de rol als jongen en man die me bij de geboorte was toegewezen, ik voelde me prettiger als vrouw. Toen ik dit bekend maakte ben ik veel metgezellen verloren, wel meer dan 90 procent van mijn “goede vrienden”. Hoewel het zwaar was om te merken dat ze uit de Aarde om me heen met wortel en al weggerukt werden, het contact was weg, was dat waarschijnlijk beter voor mijn groei. In hun omgeving kon ik niet het licht, de lucht en de voedingsbodem krijgen die ik nodig had om als vrouw tot bloei te komen. Na een korte tijd van relatieve eenzaamheid en het komen en gaan van nieuwe metgezellen lijkt er nu een gezonde nieuwe balans van relaties en voedingsbodem gevonden die mij wel de mogelijkheid geeft om te groeien en bloeien.
Toch is het voor een plant lastig om goed te gedijen in een stuk kale grond, in je eentje. Ook als een andere plant concurreert met jou voor het licht dat schijnt op een stukje Aarde en concurreert voor dat stukje Aarde (in de zin van ruimte en materie/voeding), heeft het voordelen om samen te staan. Een groter deel van de bodem wordt zo bedekt en is daardoor minder kwetsbaar voor erosie en het wegspoelen van voedingsstoffen door de regen. In totaal sla je meer koolstof op in de bodem en een meer diverse samenstelling van andere stoffen en zo verrijk je samen het bodemleven meer dan alleen. Dat verrijkt op lange termijn weer de hele bodem en dat maakt het voor iedereen weer een betere voedingsgrond om op te groeien.
Ik moet denken aan collega’s, waar je enerzijds direct mee in concurrentie bent voor bijvoorbeeld een loonsverhoging of promotie binnen een beperkt budget. Maar, door de samenwerking kun je ook een mooier, beter en financieel stabieler en gezonder bedrijf neerzetten, waardoor de pot voor iedereen uiteindelijk groter en duurzamer wordt.
Maar oké, er zijn ook planten die alle ruimte innemen, zoals de Japanse duizendknoop of in sommige gevallen de brandnetel. Zo veel ruimte dat een ander helemaal geen licht meer krijgt en er dus ook niemand anders kan leven daar. Het ligt ook maar weer net aan de omstandigheden hoe overheersend deze planten zijn trouwens. In een bodem met heel veel stikstof zal de brandnetel zo hard groeien dat het anderen geen kans geeft, terwijl het in meer gebalanceerde bodems kan zijn dat er af en toe een brandnetel groeit, maar dat andere planten ook de ruimte krijgen of kunnen nemen omdat die genoeg van de juiste voeding kunnen vinden. Het fijne van de brandnetel is dat die de stikstofrijke bodem uiteindelijk weer meer in balans brengt, doordat die er zoveel uit kan opnemen. Die dominantie heeft tijdelijk dus wel degelijk nut en houdt ook vanzelf weer op.
Enveloptekening. De rechter figuur toont dominantie.
Kortom, zoek een leefomgeving met de juiste voedingsstoffen en metgezellen voor jou. Soms moet je even ergens alleen staan om het licht te krijgen om te groeien en komen er later weer goede vrienden bij. Het leven is enorm complex en zijn er allerlei verschillende relaties mogelijk die op een spectrum liggen van hoe positief ze voor individuele planten, of eh mensen, uitpakken. Je kunt niet zeggen dat het altijd beter is om samen te zijn, hoewel het volgens mij uiteindelijk wel beter uitpakt. Alleen zijn is een tijdelijke oplossing en eigenlijk zijn we nooit echt helemaal alleen, want op grote schaal is alles met elkaar verbonden.
Het is ook het verhaal van ‘foute vrienden’ en de zorgen die ouders daar over kunnen hebben. Of iemand op het rechte pad kan komen, dat hebben we niet in de hand. En hoe fout zijn die vrienden? Is dit niet juist wat de bodem op dit moment voortbrengt en op dit moment nodig heeft? Een gezonde bodem zorgt voor een diverse groep, maar een ongezonde bodem heeft soms een plaag nodig om te herstellen.
We zitten als mens misschien niet vast aan de bodem, maar ons leven is wel gedetermineerd. De juiste kennis en mogelijkheden hebben om op de juiste plekken en met de juiste mensen in contact komen is daarom een kwestie van geluk. Ons er al te veel zorgen over maken heeft dus ook geen zin denk ik. De kennis van de dynamiek die ik beschrijf bij planten kan er wellicht wel voor zorgen dat je wat beter door je leven en binnen relaties kan bewegen en kan duiden wat er nu precies gebeurt. En hopelijk kan het je wat mentale rust geven als je je door omstandigheden in een lastig parket bevindt.
De nieuw aangeplante vlinderstruik zal veel bestuivers aantrekken die ook de perziken en appels zullen bevruchten.
Rijk zijn in ervaringen, en dan bedoel ik ervaringen die verrijken.
Rijk zijn in vriendschappen, en dan bedoel ik vriendschappen die verrijkend zijn.
Rijk zijn in romantiek, en dan bedoel ik romantiek die verder gaat dan de oppervlakte, die verrijkt is, en, verrijkt.
Rijk zijn in diep zingevende gevoelens en gedachtes, die veel betekenen, die rijk zijn aan inzichten waar je echt iets aan hebt, die verrijken.
Rijk zijn in energie en gezondheid om die verrijkende ervaringen, relaties, gevoelens en gedachtes te kunnen hebben (hoewel ziek zijn ook een best verrijkende ervaring kan zijn, maar doe maar liever niet).
We willen allemaal rijk zijn, maar dan vooral in geld. Is het niet stiekem zo dat we allemaal verlangen naar de rijkdom waar ik het over heb? En lijkt geld misschien een manier om daar makkelijk aan te komen?
Aan de ene kant zou ik willen dat alles al goed was en ik alles kon krijgen wat ik wil en alles kon krijgen wat ik denk dat me zou verrijken. Aan de andere kant is de ervaring van ergens voor werken en het natuurkundige feit dat de grenzen van het leven ons beperken, verrijkend.
Is leven in armoede een meer verrijkende ervaring dan leven in rijkdom? Je moet het wel kunnen volhouden anders heb je helemaal geen ervaring meer. Of is dit een hersenspinsel wat voortkomt uit de koker van mijn Christelijke voorouders, geïndoctrineerd om armoede te vereren zodat ze de financieel rijken niet onder de guillotine brengen. Verlossing door lijden.
Ik ben nog nooit echt rijk in geld geweest, dus vergelijkingsmateriaal heb ik niet. Een beetje vergelijkingsmateriaal heb ik wel en ik kan je zeggen dat geen geld hebben geen pretje is. De enige verrijking die het me heeft gegeven is in de kennis van dat nooit meer te willen en hoe stom en oneerlijk het is dat dit kan in het leven en dat de ene heel veel heeft en de ander heel weinig. Ik gun iedereen een leven zonder armoede, daarom ben ik communist en veganist.
Dus oké, rijkdom in geld kan wel zeker rijkdom in ervaringen, relaties, gevoelens en gedachtes vergroten. Maar ik denk dat er een grens is en dat het bezit van heel veel, te veel materiële rijkdommen, meer dan je nodig hebt, erg leeg en armoedig kan voelen in een wereld waarin andere wezens lijden door een gebrek aan materiële rijkdommen. Vandaar ook tanden bleken en beugels, Hollywood smiles om de leegte te verbergen.
Ik wil rijk zijn, ik wil dat we allemaal rijk zijn.
Zal ik als ik oud ben, net voor ik dood ga, mijn tanden des tijds poetsen? Ongeveer zoals ik dat ’s avonds voor het slapen gaan met mijn kiezen en snijtanden doe. En wat zou dat dan inhouden, het poetsen van je tanden des tijds?
Misschien kijk ik terug op mijn leven en poets ik alle herinneringen op, zodat de vieze, de lelijke gedeeltes niet meer te zien zijn. Misschien zie ik hoe alles zo is gegaan als het hoorde te gaan, zoals het niet anders kon gaan en dat niemand daar iets aan kon doen. En als alles zo ging als het niet anders kon gaan, dan heeft niemand vuile handen, dan is niemand vies of lelijk en zijn m’n tanden schoon.
Misschien kijk ik terug, en ik poets en ik poets, en ik zie dat alle dieren werkelijk prachtig en bijzonder zijn, mensen dus ook, ik dus ook, jong en oud, met of zonder haar, werkelijk waar.
Zal ik dan ook zien of voelen dat er ergens iets aan het rotten is? Een rotte tand des tijds? Heb ik gaatjes, in mijn geheugen? Want dat kan, dat mag, het leven is zoals het is.