Wat ik in ieder geval weet over de dood, is dat het dat moment is waarop het leven ophoudt te bestaan. Het moment dat de homeostase van mijn levende menselijke lichaam stopt met homeostaseren en begint met aftakelen (of begint de aftakeling al eerder?).
Mijn bloed zal stoppen met stromen, mijn hart niet meer kloppen en er zullen geen tot extreem weinig elektrische signalen meer door mijn zenuwstelsel en hersencellen lopen.
De dood zorgt ervoor dat je niet langer bewustzijn ervaart over je lichaam en van een leven hier op Aarde. Je kennissen, vrienden en familie die nog wel leven zullen waarschijnlijk verdrietig zijn. Soms ook niet, als je een enorme eikel of trut was.
Misschien is er nog een ziel of geest die elders in een of andere vorm doorgaat met bestaan. Wat in ieder geval doorleeft is het effect wat je op de wereld hebt gehad. Jouw eigen vlindereffect. De voetafdrukken die je in het bos hebt achtergelaten, waardoor dat paadje net wat langer blijft bestaan. De geesten die je hebt liefgehad of geïnspireerd. Zij geven jouw liefde en inspiratie, na wat tweaks en transformaties, door aan de volgende, die het weer in een andere vorm giet en die dan door aan een ander en de volgende en de volgende enzovoort. Zo gaf jij blauw licht door, maar is het oranje verderop toch een vervolg, een nakomeling, een herinnering, een schim van jou.
Ondertussen ben jij nu ook een schim van het verleden en alle doden voor je. De dood en het leven zijn zo verweven in één grote wirwar aan verbindingen. Zo zijn de dood en het leven één.


Geef een reactie