Schrijven is als vakantie voor mij. Een vlucht naar een symbolische wereld waarin ik alles wat op mijn schouders ligt er zo veel mogelijk af kan laten glijden. Zo via mijn arm, pols, hand, vingers en pen het blad op. Net als vakantie gaat schrijven voor mij ook altijd te snel voorbij. Er lag nog genoeg op mijn schouders wat er ook best even af wilde.
Zijn we daartoe gedoemd? Dat vakanties altijd te kort zijn en dat er altijd wel wat op onze schouders blijft liggen. Sterven we met lasten die overblijven om in een volgend leven op te lossen of om voor altijd onopgelost te laten? Is dat dan een los einde waar een volgende generatie hun verhaal aan vast kan knopen? Stopt de generationele voortzetting zodra we ons als Ourobouros aan onszelf kunnen vastknopen? Oftewel op het moment dat we al onze problemen zouden oplossen voor onze dood, zou een vervolg op ons leven in een ander lichaam dan zinloos zijn en daarom uitblijven?
Ik denk vaak over een ideale wereld waarin alle problemen niet meer bestaan, persoonlijk en wereldlijk. Dan zou er dus niks zijn om op te lossen, niks om voor te strijden. Heeft het leven nog zin, vraag ik me af, als we nooit ruzie hebben, nooit ziek zijn, geen oorlogen meer voeren en tegen andere natuurrampen opgewassen zijn?
Het zou toch deprimerend zijn als de zin van mijn leven volledig afhankelijk zou zijn van de aanwezigheid van lijden wat opgelost kan worden. Dat weiger ik dus te geloven. Er is zingeving te vinden in een ideale wereld. Namelijk het vieren van dat bestaan, muziek, kunst, hardlopen, lekker eten, seks!
In een ideale wereld is hedonisme een deugd.
Is tot die tijd een sausje van strijden en hedonisme misschien het beste wat we kunnen doen? Fijne vrouwendag en op naar de Feminist March!


Geef een reactie