Categorie: Symboliek

  • Het leven en de dood, verweven

    Wat ik in ieder geval weet over de dood, is dat het dat moment is waarop het leven ophoudt te bestaan. Het moment dat de homeostase van mijn levende menselijke lichaam stopt met homeostaseren en begint met aftakelen (of begint de aftakeling al eerder?).

    Mijn bloed zal stoppen met stromen, mijn hart niet meer kloppen en er zullen geen tot extreem weinig elektrische signalen meer door mijn zenuwstelsel en hersencellen lopen.

    De dood zorgt ervoor dat je niet langer bewustzijn ervaart over je lichaam en van een leven hier op Aarde. Je kennissen, vrienden en familie die nog wel leven zullen waarschijnlijk verdrietig zijn. Soms ook niet als je een enorme eikel was.

    Misschien is er nog een ziel of geest die elders in een of andere vorm doorgaat met bestaan. Wat in ieder geval doorleeft is het effect wat je op de wereld hebt gehad. Jouw eigen vlindereffect. De voetafdrukken die je in het bos hebt achtergelaten, waardoor dat paadje net wat langer blijft bestaan. De geesten die je hebt liefgehad of geïnspireerd. Zij geven jouw liefde en inspiratie, na wat tweaks en transformaties, door aan de volgende, die het weer in een andere vorm giet en die dan door aan een ander en de volgende en de volgende enzovoort. Zo gaf jij blauw licht door, maar is het oranje verderop toch een vervolg, een nakomeling, een herinnering, een schim van jou.

    Ondertussen ben jij nu ook een schim van het verleden en alle doden voor je. De dood en het leven zijn zo verweven in één grote wirwar aan verbindingen. Zo zijn de dood en het leven één.

    Dit plaatje staat stil. Zou het leven en de dood al vaststaan en lijkt het maar alsof het beweegt?
  • Raakvlakken

    Persoonlijkheden zullen wel nooit helemaal op elkaar passen. Soms past een kant van de een heel goed op die van een ander, soms niet. Soms heeft iemand een flexibelere persoonlijkheid en kan ze die beter op die van een ander aanpassen.

    Soms raak je elkaar een beetje, soms op een heel bijzondere manier.

    Vier elkaar rakende vormen.

    Met een mier heb ik meestal minder raakvlak dan met een vriendin van het menselijke soort, maar dat kan voor een ander weer anders zijn.

    Sommige persoonlijkheden hebben zo veel scherpe randjes en rare hoeken, dat een mier daar misschien wel heel goed tussen past.

    Als je bij elkaar voelt dat de scherpe randjes de ander prikken of snijden, kun je misschien maar beter even een beetje draaien en verschuiven tot je weer raakvlak hebt gevonden.

    Tenzij je zin hebt in ruzie natuurlijk. Wie weet creëer je daardoor wel een nieuw raakvlak. We veranderen onze vorm en persoonlijkheid namelijk ook vaak genoeg, niet alleen door ruzie hopelijk. Dan is het raakvlak wat we hadden er ineens niet meer.

  • Samen of alleen, een verhaal over gezelschap en planten

    Het groeien van planten en bomen samen met andere soorten planten en bomen kan zeer positief uitpakken. De ene plant heeft bijvoorbeeld een chemisch goedje dat het uitscheidt wat de beestjes die de andere plant willen opeten niet fijn vinden en zo blijven de beestjes weg. De planten beschermen elkaar tegen de wind en regen, te felle zon. Soms is er een plant die voedingsstoffen haalt van heel diep uit de bodem en vervolgens achterlaat, meer aan de oppervlakte, waar een andere plant er bij kan. Zo bekeken kan het hartstikke leuk zijn om meerdere verschillende planten bij elkaar te zetten. Men noemt dit ‘companion planting’ (een goed Nederlands woord heb ik er nog niet voor gevonden. Plantenvriendschap?).

    Hier zie je mij struiken planten in de voedselbostuin van mijn moeder in Frankrijk.

    Waar planten om concurreren, is genoeg zonlicht en voedingsstoffen. Dat zie je bijvoorbeeld als je te veel bomen dicht op elkaar zet, dan valt er onder het bladerdek geen licht meer en kunnen lage planten, struiken en bodemkruipers niet meer groeien. Of, als je een pompoen, komkommer en tomaat heel dicht bij elkaar laat groeien, dan zitten er te weinig voedingsstoffen in de grond om ze allemaal een mooie vrucht te laten maken en krijg je geen of hele kleine vruchten.

    Zou bij mensen misschien iets vergelijkbaars gebeuren? Je hoort soms mensen, psychologen en zelfhulp professionals zeggen, sociaal contact is heel belangrijk voor je gezondheid. Anderen zweren weer bij tijd alleen besteden, een lone wolf zijn. Als je naar de planten kijkt, kun je zeggen dat het er maar net aan ligt welke planten, of dus mensen, je om je heen hebt. Als je niet de juiste partner(s) of vriend(inn)(en) kan vinden die voordelig zijn voor jouw groei omstandigheden, dan kan het zelfs nadelig uitpakken als je omwille van de gedachte van maar sociaal contact moeten hebben, de verkeerde vrienden om je heen brengt die jou je licht en voeding ontnemen en misschien wel ziektes aantrekt waar jij niet tegen kan.

    Misschien is het daarom niet goed om te zweren bij het belang van sociaal contact als dit ervoor kan zorgen dat mensen de verkeerde ‘companions’ of, in goed Nederlands, de verkeerde metgezellen bij zich houden. Als je kijkt naar planten, dan is het gunstiger om de juiste metgezellen te hebben die jou beter laten groeien, dan om als plant afgezonderd in een stuk kale grond te staan. Dus, beter de juiste mensen om je heen dan helemaal alleen. Maar soms is afgezonderd in een stuk kale grond staan, beter dan met de verkeerde metgezellen.

    Ik moet denken aan mijn eigen ontwikkeling. Tot mijn 23e hield ik verborgen dat ik me niet fijn voelde in de rol als jongen en man die me bij de geboorte was toegewezen, ik voelde me prettiger als vrouw. Toen ik dit bekend maakte ben ik veel metgezellen verloren, wel meer dan 90 procent van mijn “goede vrienden”. Hoewel het zwaar was om te merken dat ze uit de Aarde om me heen met wortel en al weggerukt werden, het contact was weg, was dat waarschijnlijk beter voor mijn groei. In hun omgeving kon ik niet het licht, de lucht en de voedingsbodem krijgen die ik nodig had om als vrouw tot bloei te komen. Na een korte tijd van relatieve eenzaamheid en het komen en gaan van nieuwe metgezellen lijkt er nu een gezonde nieuwe balans van relaties en voedingsbodem gevonden die mij wel de mogelijkheid geeft om te groeien en bloeien.

    Toch is het voor een plant lastig om goed te gedijen in een stuk kale grond, in je eentje. Ook als een andere plant concurreert met jou voor het licht dat schijnt op een stukje Aarde en concurreert voor dat stukje Aarde (in de zin van ruimte en materie/voeding), heeft het voordelen om samen te staan. Een groter deel van de bodem wordt zo bedekt en is daardoor minder kwetsbaar voor erosie en het wegspoelen van voedingsstoffen door de regen. In totaal sla je meer koolstof op in de bodem en een meer diverse samenstelling van andere stoffen en zo verrijk je samen het bodemleven meer dan alleen. Dat verrijkt op lange termijn weer de hele bodem en dat maakt het voor iedereen weer een betere voedingsgrond om op te groeien.

    Ik moet denken aan collega’s, waar je enerzijds direct mee in concurrentie bent voor bijvoorbeeld een loonsverhoging of promotie binnen een beperkt budget. Maar, door de samenwerking kun je ook een mooier, beter en financieel stabieler en gezonder bedrijf neerzetten, waardoor de pot voor iedereen uiteindelijk groter en duurzamer wordt.

    Afbeelding van https://www.farmersalmanac.com/companion-planting-guide

    Maar oké, er zijn ook planten die alle ruimte innemen, zoals de Japanse duizendknoop of in sommige gevallen de brandnetel. Zo veel ruimte dat een ander helemaal geen licht meer krijgt en er dus ook niemand anders kan leven daar. Het ligt ook maar weer net aan de omstandigheden hoe overheersend deze planten zijn trouwens. In een bodem met heel veel stikstof zal de brandnetel zo hard groeien dat het anderen geen kans geeft, terwijl het in meer gebalanceerde bodems kan zijn dat er af en toe een brandnetel groeit, maar dat andere planten ook de ruimte krijgen of kunnen nemen omdat die genoeg van de juiste voeding kunnen vinden. Het fijne van de brandnetel is dat die de stikstofrijke bodem uiteindelijk weer meer in balans brengt, doordat die er zoveel uit kan opnemen. Die dominantie heeft tijdelijk dus wel degelijk nut en houdt ook vanzelf weer op.

    Enveloptekening. De rechter figuur toont dominantie.

    Kortom, zoek een leefomgeving met de juiste voedingsstoffen en metgezellen voor jou. Soms moet je even ergens alleen staan om het licht te krijgen om te groeien en komen er later weer goede vrienden bij. Het leven is enorm complex en zijn er allerlei verschillende relaties mogelijk die op een spectrum liggen van hoe positief ze voor individuele planten, of eh mensen, uitpakken. Je kunt niet zeggen dat het altijd beter is om samen te zijn, hoewel het volgens mij uiteindelijk wel beter uitpakt. Alleen zijn is een tijdelijke oplossing en eigenlijk zijn we nooit echt helemaal alleen, want op grote schaal is alles met elkaar verbonden.

    Het is ook het verhaal van ‘foute vrienden’ en de zorgen die ouders daar over kunnen hebben. Of iemand op het rechte pad kan komen, dat hebben we niet in de hand. En hoe fout zijn die vrienden? Is dit niet juist wat de bodem op dit moment voortbrengt en op dit moment nodig heeft? Een gezonde bodem zorgt voor een diverse groep, maar een ongezonde bodem heeft soms een plaag nodig om te herstellen.

    We zitten als mens misschien niet vast aan de bodem, maar ons leven is wel gedetermineerd. De juiste kennis en mogelijkheden hebben om op de juiste plekken en met de juiste mensen in contact komen is daarom een kwestie van geluk. Ons er al te veel zorgen over maken heeft dus ook geen zin denk ik. De kennis van de dynamiek die ik beschrijf bij planten kan er wellicht wel voor zorgen dat je wat beter door je leven en binnen relaties kan bewegen en kan duiden wat er nu precies gebeurt. En hopelijk kan het je wat mentale rust geven als je je door omstandigheden in een lastig parket bevindt.

    De nieuw aangeplante vlinderstruik zal veel bestuivers aantrekken die ook de perziken en appels zullen bevruchten.
  • Je tanden (des tijds) poetsen

    Zal ik als ik oud ben, net voor ik dood ga, mijn tanden des tijds poetsen? Ongeveer zoals ik dat ’s avonds voor het slapen gaan met mijn kiezen en snijtanden doe. En wat zou dat dan inhouden, het poetsen van je tanden des tijds?

    Misschien kijk ik terug op mijn leven en poets ik alle herinneringen op, zodat de vieze, de lelijke gedeeltes niet meer te zien zijn. Misschien zie ik hoe alles zo is gegaan als het hoorde te gaan, zoals het niet anders kon gaan en dat niemand daar iets aan kon doen. En als alles zo ging als het niet anders kon gaan, dan heeft niemand vuile handen, dan is niemand vies of lelijk en zijn m’n tanden schoon.

    Misschien kijk ik terug, en ik poets en ik poets, en ik zie dat alle dieren werkelijk prachtig en bijzonder zijn, mensen dus ook, ik dus ook, jong en oud, met of zonder haar, werkelijk waar.

    Zal ik dan ook zien of voelen dat er ergens iets aan het rotten is? Een rotte tand des tijds? Heb ik gaatjes, in mijn geheugen? Want dat kan, dat mag, het leven is zoals het is.

    Of is alles in orde. Dan kan ik rustig slapen.

  • De vlekken van vroeger

    Op een van mijn oude slaapshirts waar ik lange tijd in heb geslapen en op het kussenovertrek die lange tijd om het extra kussen op mijn bureaustoel zat, zie ik de vlekken van vroeger. De vlekken van voor ik met mijn Hidradenitits Suppuritiva (HS) medicatie begon.

    Het is een tastbaar aandenken aan de pijn die deze aandoening mij fysiek heeft gebracht. Het kost me meerdere wasbeurten om de vlekken er goed uit te krijgen. Wellicht komen sommige vlekken er helemaal niet meer uit, toch hoop ik van wel. Bij een aantal stoffen heb ik het er al goed uit kunnen krijgen.

    Lange tijd liet ik de vlekken in de shirts, broeken en kussenslopen gewoon zitten, want binnen no-time zaten er toch weer nieuwe vlekken op, ik zou elke dag, twee keer per dag, bezig zijn met wassen. Daar had ik geen tijd en mede door de HS geen energie voor. Bovendien zou het klauwen met geld en schade aan het milieu kosten om zo vaak de wasmachine te laten draaien.

    De HS heeft naast voor fysieke pijn de afgelopen 17 jaar voor flinke psychologische ontstekingen gezorgd. Het heeft mijn zelfvertrouwen flink beschadigd, mijn geest bevlekt, net als het shirt, de broeken en de kussenslopen.

    Het medicijn, Adalimumab, werkt goed. De ontstekingen zijn flink afgenomen, met denk wel negentig procent. En het feit dat ik veel minder bang hoef te zijn om verrast te worden door een opvlamming die gepaard gaat met ondraaglijke, onuitstaanbare pijn, geeft me meer zelfvertrouwen om te doen wat ik wil.

    De vlekken op mijn stoffen en de vlekken op mijn psyche trekken wasbeurt na wasbeurt steeds een beetje meer weg. Wat een opluchting.

  • Marginalisatie

    Wellicht is deze gedachtegang al eens beschreven, maar dat weerhoudt mij er niet van het ook te doen.

    Waar ik wat over wil zeggen is het woord marginalisatie en hoe dat een treffende symboliek meedraagt die de de ervaring, en mijn ervaring, van gemarginaliseerd worden goed beschrijft.

    De marges zijn de randen die wel deel zijn van het geheel, maar er ook net zo goed af mogen vallen. Ik denk aan de marges die je op een poster ontwerp aanhoudt. Bij het snijden van je geprinte posters is dit het gebied wat wel eens afgesneden kan worden. Het is een soort bufferzone. Op een handgeschreven pagina, op papier een webpagina al deze of een elektronisch document, is het de ruimte die je leeg laat aan de buitenranden, de randen waar je geen inhoud in plaatst (hoewel, misschien soms een logo of pagina nummering, maar die objecten hebben vervolgens ook weer hun eigen marges).

    Als onderdeel van een gemarginaliseerde groep heb ik soms het idee dat ik niet mee mag doen met de rest. Niet mee mag “spelen”, zoals dat met kinderen ook wel eens gebeurt. Ik word weggehouden van alles wat nuttig is en inhoud geeft aan de samenleving. Ik ben er wel, maar ik ben schijnbaar onzichtbaar, als de marges op een pagina.

    Oké de woorden die ik gebruik zijn erg resoluut. In werkelijkheid is het meer een geleidende schaal van wel of niet mogen bijdragen aan de inhoud van de samenleving, van wel of niet mogen meespelen. Er zijn een aantal mensen aan wie ik een heel mooi deel aan hun leven mag bijdragen, ik heb een nuttige baan (hoewel zwaar onder mijn intellectuele kunnen) en ik ben in staat dit te schrijven en te delen op mijn website.

    Maar, er zijn veel mensen die niet meer dan een oppervlakkige relatie met me willen aangaan, ik merk terughoudendheid van mensen om met me te praten, me aan te kijken of om verder de diepte in te gaan. Iets wat voor mijn gendertransitie minder was. Deze mensen hebben wellicht het beste met me voor, maar sluiten me bewust of onbewust toch uit. Ik denk een resultaat van honderden jaren aan christelijke indoctrinatie/cultuur.

    Daarnaast is er een deel van de bevolking die mij nog echt als monster ziet en me ook zo behandeld. Denk aan: vies aangekeken worden, fysiek bedreigd worden, beledigd worden, niet aangenomen worden voor werk, het delen van beledigende of bedreigende woorden op sociale media. Dit is het deel van de samenleving die bij wijze van spreken de marges van het blad willen afsnijden.

    Hun aanwezigheid op sociale media en de wettelijke grondslag die hun gedrag toestaat heeft er toe geleid dat ik me niet meer veilig op bepaalde sociale media (Facebook, Instagram, X) kan bevinden. Hier bevindt ik mij dan ook dus niet meer en dus kan ik niet meer bijdragen aan het maatschappelijke debat of simpelweg “spelen” in die gedeelde online ruimtes. (volg mij nog wel op Mastodon!)

    Ook is het minder prettig en veilig om in publieke ruimtes aanwezig te zijn, hierin is mijn toegang en mijn zichtbaarheid dus ook beperkt door marginalisatie.

    Het gedrag van beide groepen zorgt er direct en indirect voor dat ik veel minder kansen en ruimte heb om van waarde te kunnen zijn, om mee te spelen. Direct, door me uit te sluiten of door bepaalde ruimtes onveilig te maken. Indirect, door de psychologische trauma’s die ik er door oploop en de onnodige angsten die dat later weer oplevert. Ik vermoed dat dit voor andere gemarginaliseerde groepen ook zo werkt.

    Misschien gebruik ik deze symboliek gewoon om mijn ongenoegen te uiten over de discriminatie waar ik zelf mee te maken heb en is de vergelijking niet helemaal treffend. Het hebben van marges op een pagina en poster is bijvoorbeeld erg handig en overzichtelijk, dat kan ik van mijn marginalisering niet zeggen. Niet handig voor mezelf althans. Maar, er valt iets voor te zeggen dat het hebben van simplistische discriminerende zienswijzen het makkelijker maakt voor mensen om te beoordelen wie en wat goed of fout is, bij wie en wat we uit de buurt moeten blijven, wie en wat we moeten aanvallen en wie en wat we mogen liefhebben.

    Dus toch, er valt iets te zeggen voor het hebben van maatschappelijke marges. Het is een leidraad voor wie of wat we binnen of buiten onze samenleving willen houden of brengen om ons bestaan veilig, zeker en gezond te houden. Echter, op het moment zijn in onze samenleving de marges niet helemaal goed gedefinieerd. We zouden in plaats van bijvoorbeeld lhbtqi+’ers en mensen van kleur de ware morele monsters moeten marginaliseren.

    Het zou goed zijn om daar maatschappelijk over in discussie te gaan. Wie zijn de ware morele monsters en wat zijn ware morele gruweldaden?

    We kunnen allereerst erkennen dat we het belang van marginalisatie begrijpen en snappen waar het vandaan komt. Zo kunnen we de mensen die marginaliserend gedrag vertonen ook begrijpen en hun acties zien voor wat het is: een manier waarop ze denken de samenleving te beschermen. Het gaat om het onderscheiden van goed en fout, wel of niet veilig en dat is hartstikke nuttig, mits er op een juiste wijze gediscrimineerd wordt.

    En, net als dat er in een Word document een logo of pagina nummering in de marge kan komen te staan, zijn er ook uitzonderingen voor maatschappelijke marginalisatie mogelijk. Die geven ons de kans om met de marges in contact te blijven en hopelijk in te zien als een groep onterecht in de marge terecht is gekomen. Ook als we de marges opnieuw hebben gedefinieerd is het goed om dat de blijven onthouden.